ECLI:NL:CRVB:2021:547
Centrale Raad van Beroep · 23-02-2021 · zaaknummer 20/19 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering AIO. Geen rechtmatig verblijf in Nederland. Appellant heeft eerst nadat zijn rechtmatige verblijf was beëindigd een aanvraag om verlenging van zijn verblijfsvergunning ingediend. Hij voldeed in de te beoordelen periode dan ook niet aan de in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit neergelegde voorwaarde voor gelijkstelling met een Nederlander. Voorts staat vast dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning, zodat hij in de te beoordelen periode evenmin voldeed aan de in onderdeel b neergelegde voorwaarde voor gelijkstelling.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
