ECLI:NL:CRVB:2021:512
Centrale Raad van Beroep · 04-03-2021 · zaaknummer 19/1797 AW
Inhoudsindicatie
Aan appellante kan worden toegegeven dat zij langdurig goed heeft gefunctioneerd. Dit wordt door de korpschef ook niet betwist. Vanaf medio 2014 heeft appellante echter ander gedrag laten zien, dat voor de korpschef aanleiding is geweest haar te waarschuwen, waardoor appellante in staat is gesteld haar gedrag te verbeteren. Zij is hierin niet geslaagd. De Raad hecht vooral betekenis aan de niet-betwiste door appellante zelf in privétijd verrichte gedragingen. Appellante heeft daarmee laten zien dat zij niet beschikt over de mentaliteit en eigenschappen die voor het vervullen van haar functie van belang zijn. Het subsidiaire betoog van appellante dat de korpschef heeft verzuimd te onderzoeken of sprake was van ongeschiktheid wegens ziekte of gebrek, slaagt niet. De korpschef was bevoegd om appellante wegens functieongeschiktheid te ontslaan en heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik mogen maken. Het hoger beroep slaagt niet.
Advocaten
- M. Zusterzeel
- Mr. drs. P. van Wegen
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
