ECLI:NL:CRVB:2021:511
Centrale Raad van Beroep · 24-02-2021 · zaaknummer 19/1307 WMO15
Inhoudsindicatie
Anders dan appellante ter zitting heeft gesteld, heeft het college op zorgvuldige wijze onderzoek gedaan naar de vervoersbehoefte van appellante. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het college met de aan appellante verstrekte scootmobiel en de daarin thans aanwezige accu’s een passende bijdrage heeft geleverd aan een situatie waarin appellante, uitgaande van voormelde vervoersbehoefte, in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie. Daarbij stelt de Raad voorop dat, zoals hij eerder heeft geoordeeld (zie de uitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1961), het college zich bij de invulling van de op hem ingevolge artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 rustende verplichting heeft mogen beperken tot de lokale vervoersbehoefte van appellante. Met de combinatie van de tot haar beschikking staande vervoersvoorzieningen kan appellante zich zowel over de korte als de wat langere afstanden verplaatsen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
