ECLI:NL:CRVB:2021:498
Centrale Raad van Beroep · 09-03-2021 · zaaknummer 19/1608 PW
Inhoudsindicatie
De bevindingen uit het onderzoek bieden een toereikende grondslag voor de conclusie dat appellant zijn hoofdverblijf niet heeft gehad op het adres bij zijn moeder. Het dagelijks bestuur mocht uitgaan van de juistheid van de verklaring van de moeder. De naderhand door haar opgetekende verklaringen hebben in die zin geen betekenis. Dat tijdens een eerder huisbezoek geen aanwijzingen zijn gevonden dat appellant niet zijn hoofdverblijf had bij zijn moeder doet er niet aan af dat het dagelijks bestuur op grond van een later onderzoek, ook over het tijdvak waarop het eerdere onderzoek zag, de bijstand in te trekken en terug te vorderen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
