ECLI:NL:CRVB:2021:472
Centrale Raad van Beroep · 05-03-2021 · zaaknummer 20/647 AW
Inhoudsindicatie
1) Strafontslag wegens plichtsverzuim ten onrechte gegeven. De zwaarste straf van onvoorwaardelijk ontslag is onevenredig aan de ernst van het resterende plichtsverzuim. 2) De subsidiaire grondslag, ontslag wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, houdt wel stand. Het is aannemelijk dat als gevolg van de als vaststaand aan te merken gedragingen van appellant sprake was van een vertrouwensbreuk. De Raad volgt het bestuur in het standpunt dat in de gegeven omstandigheden herplaatsing geen reële mogelijkheid was en dat voortzetting van het dienstverband in redelijkheid niet van het bestuur kon worden verlangd. Ontslag van appellant grotendeels aan hemzelf te wijten zodat het bestuur hem daarom een na-wettelijke uitkering heeft mogen weigeren. Appellant komt evenmin in aanmerking voor een aanvullende vergoeding.
Advocaten
- F.I.M. Tevette
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
