ECLI:NL:CRVB:2021:436
Centrale Raad van Beroep · 25-02-2021 · zaaknummer 19/3312 AW
Inhoudsindicatie
Appellant betwist, ook in hoger beroep, het verslag van het incident zoals door de staatssecretaris is beschreven in zijn besluitvorming op een aantal specifieke punten en stelt dat geen sprake is geweest van verwijtbaar handelen. De Raad volgt appellant niet in zijn betoog. In grote lijnen komt het eigen relaas van appellant van 6 oktober 2016 overeen met de melding van de Operationeel Teamleider Fysiek Toezicht DSP en de afgelegde verklaringen zoals genoemd in 2.2 en 2.4. De specifieke punten die appellant betwist kunnen om de navolgende redenen niet ertoe leiden dat de gedragingen niet verwijtbaar zijn. Of al dan niet een fluitsignaal had geklonken voorafgaande aan het gesprek van appellant met de conducteur acht de Raad niet doorslaggevend. Of appellant daadwerkelijk gedreigd heeft om tot aanhouding over te gaan is evenmin doorslaggevend. Appellant heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van een leidinggevende om de kwestie te laten rusten. Op grond van wat hiervoor is overwogen, staan de hierboven genoemde gedragingen voldoende vast en zijn deze door de staatssecretaris terecht aangemerkt als plichtsverzuim. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plichtsverzuim hem niet of in verminderde mate kan worden toegerekend. Het plichtsverzuim is volledig toerekenbaar. De opgelegde disciplinaire straf van een schriftelijke berisping in combinatie met vermindering van het recht op jaarlijkse vakantie met 1/3 van het aantal uren, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat, is gezien de ernst en de aard van de gedragingen, de betekenis hiervan voor het functioneren en de terecht gestelde eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid van medewerkers van de Belastingdienst niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Daarbij speelt een rol dat appellant zijn BOA-bevoegdheid ten onrechte heeft gebruikt. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
