ECLI:NL:CRVB:2021:348
Centrale Raad van Beroep · 19-02-2021 · zaaknummer 18/6420 WIA
Inhoudsindicatie
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van de gronden die appellant in beroep tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd. Deze gronden houden in dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn (psychische) beperkingen. De rechtbank heeft deze gronden afdoende besproken en terecht verworpen. Het standpunt van appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat vindt geen bevestiging in de aanwezige medische informatie. In het rapport van 12 augustus 2019 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep te kennen gegeven dat ook de in hoger beroep ingebracht informatie geen aanleiding geeft voor het aannemen van meer beperkingen. De aandacht moet volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep liggen bij de ziekmelding in 2015 en de beoordeling in 2017. Omdat hiermee door het Uwv op inzichtelijk en navolgbare wijze uiteen is gezet dat de nieuw ingebrachte informatie geen nieuwe gezichtspunten oplevert, bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een onjuist beeld heeft gehad van de medische situatie van appellant op de datum in geding, 22 augustus 2017. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
