ECLI:NL:CRVB:2021:336
Centrale Raad van Beroep · 12-02-2021 · zaaknummer 18/5909 WW
Inhoudsindicatie
Het oordeel van de rechtbank dat het door het Uwv verrichte onderzoek naar (het bestaan van) de dienstbetrekkingen van appellante bij de Autohandel en de rechtmatigheid van de aan appellante verstrekte uitkeringen voldoende zorgvuldig en toereikend is geweest en de overwegingen die aan dat oordeel ten grondslag liggen worden onderschreven. Voorts wordt met de rechtbank geoordeeld dat het Uwv met de gegevens uit het onderzoek voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat geen sprake is geweest van een dienstbetrekking van appellante met de Autohandel. Nu het Uwv aannemelijk heeft gemaakt dat geen sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellante en de Autohandel en appellante niet met objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat het standpunt van het Uwv onjuist is, is de rechtbank terecht tot het oordeel gekomen dat appellante in de perioden in geding niet als werknemer verzekerd was voor de WW, de ZW en de WIA. Daarom heeft het Uwv deze uitkeringen op goede gronden ingetrokken en terecht de onverschuldigd betaalde uitkeringen van appellante teruggevorderd. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- H. Veldman
- S.E. de Jong
- W.R. Bos
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
