ECLI:NL:CRVB:2021:3339
Centrale Raad van Beroep · 30-12-2021 · zaaknummer 21/1721 WAO
Inhoudsindicatie
Raadslidvergoeding. Anticumulatie. Geen aanleiding art. 44 WAO buiten toepassing te laten. Toepassing van artikel 44 van de WAO is in dit geval niet in strijd met het in art. 5, lid 1 en 2, in samenhang met art. 29, aanhef en onder b van het VN-Gehandicaptenverdrag neergelegde discriminatieverbod. De door appellant ontvangen raadslidvergoeding is in principe aan te merken als inkomsten uit arbeid in de zin van de WAO, tenzij appellant aannemelijk maakt dat (toch) al dan niet deels sprake is van een onkostenvergoeding die wordt verstrekt ter dekking van daadwerkelijke in verband met de te verrichten arbeid te maken kosten. Ook in hoger beroep is appellant daar niet in geslaagd. Het Uwv heeft terecht de volledige raadslidvergoeding betrokken bij de anticumulatie op grond van art. 44 WAO.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
