Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2021:3310

Centrale Raad van Beroep · 28-12-2021 · zaaknummer 20/2560 ZW

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 28-12-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

20/2560 ZW en 20/2561 ZW. In geschil is of het Uwv appellant per 3 oktober 2018 en 18 april 2019 terecht geschikt heeft geacht voor het werk in de functie van receptionist en om die reden terecht de aan appellant toegekende ZW-uitkering per 3 oktober 2018 heeft beëindigd dan wel per 18 april 2019 een ZW-uitkering heeft geweigerd. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat hij in beroep naar voren heeft gebracht. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de getrokken conclusies door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank heeft de beroepsgronden afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden onderschreven. Volgens vaste rechtspraak van de Raad moet bij de vaststelling van de ongeschiktheid tot werken worden uitgegaan van de feitelijk laatstelijk verrichte arbeid. De rechtbank is hier ook vanuit gegaan en heeft terecht vastgesteld dat de functie van receptionist als de zogenoemde maatstaf arbeid heeft te gelden, net als bij de onder 1.2 vermelde eerdere hersteldverklaringen. Aan de enkele ontkenning van appellant dat hij daadwerkelijk als receptionist heeft gewerkt en de stelling dat hij nooit in staat is geweest om deze functie te vervullen, kan gelet op de gedetailleerdheid van deze verklaringen geen waarde worden gehecht. Bovendien is niet gebleken dat appellant op enig moment bij zijn werkgever te kennen heeft gegeven dat hij dit werk niet kon verrichten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de pijn- en vermoeidheidsklachten bij de beoordeling betrokken, evenals de overige medische klachten. Voldoende is gemotiveerd dat op de data in geding het voornamelijk zittende en zowel fysiek als mentaal lichte werk van receptionist de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt. Dat appellant op de data in geding niet geschikt was voor de maatgevende arbeid, heeft appellant niet met medische stukken onderbouwd. Voor zover appellant heeft bedoeld te stellen dat hij door het volgen van behandelingen niet beschikbaar was voor dit werk, is dit evenmin met stukken onderbouwd. 20/2562 ZW – de terugvordering. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv de over de periode van 1 oktober 2018 tot en met 21 april 2019 ten onrechte betaalde ZW-uitkering terecht heeft teruggevorderd. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Advocaten

  • I.J. van Meggelen

Partijen

  • [appellant]

    appellant · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.