Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:CRVB:2021:3261

Centrale Raad van Beroep · 23-12-2021 · zaaknummer 18/232 ZW-T

Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 23-12-2021
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit wat partijen in reactie op het rapport van de deskundige hebben aangevoerd, leidt de Raad af dat tussen partijen wat de belastbaarheid van appellante betreft, uitsluitend de duurbeperking nog een punt van geschil is. Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijk, door hem ingeschakelde, deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundige is uitgegaan van wat appellante op het spreekuur van de verzekeringsarts van 13 september 2016 heeft verklaard, namelijk dat zij overdag niet sliep. Volgens de deskundige duidt een nachtrust van twaalf uur op een meer dan normale herstelbehoefte. De door appellante naar voren gebrachte vermoeidheidsklachten zijn passend hierbij en bekende klachten na een CVA. Dit heeft de deskundige ertoe gebracht de duurbeperking vast te stellen op circa zes uur per dag en dertig uur per week. Wat appellante en de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar aanleiding van het rapport van de deskundige hebben aangevoerd, vormt geen aanleiding om de conclusies van de deskundige niet te volgen. De deskundige heeft naar aanleiding van deze reacties in haar nader rapport van 15 februari 2021 kenbaar en navolgbaar gemotiveerd waarom zij vasthoudt aan haar conclusie dat appellante belastbaar is voor zes uur per dag en dertig uur per week in passende arbeid. De deskundige heeft de energetische gronden vertaald naar de hiervoor genoemde duurbeperking van zes uur per dag en dertig uur per week. De reactie van appellante van 13 april 2021 geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Het standpunt van appellante dat het Uwv geen juist beeld heeft gehad van de inhoud van haar maatmanfunctie, wordt niet gevolgd. Appellante heeft deze in hoger beroep aangevoerde stelling niet nader onderbouwd. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het bestreden besluit niet is gebaseerd op een deugdelijke medische grondslag. Het bestreden besluit is dan ook in strijd te achten met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Om te kunnen komen tot een definitieve beslechting van het geschil ziet de Raad aanleiding om met toepassing van artikel 8:51d van de Awb het Uwv opdracht te geven om de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Het Uwv moet vervolgens bezien of arbeidskundig onderzoek aanleiding geeft tot het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar. De Centrale Raad van Beroep draagt het Uwv op om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 25 januari 2017 te herstellen met inachtneming van wat de Raad heeft overwogen.

Partijen

  • [appellante]

    appellante · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.