ECLI:NL:CRVB:2021:3193
Centrale Raad van Beroep · 16-12-2021 · zaaknummer 20/2261 MAW
Inhoudsindicatie
Met het hoger beroep wil appellant bereiken dat de grond van zijn ontslag wordt gewijzigd van wangedrag in blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van de dienst vanwege een ziekte of een gebrek. Appellant heeft als nieuw feit als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb naar voren gebracht dat hij ten tijde van het wangedrag vanwege zijn psychische toestand niet operationeel mocht worden ingezet en geen vuurwapen mocht dragen en dat de staatssecretaris dit in het bestreden besluit heeft erkend. Daarnaast heeft hij als nieuw feit naar voren gebracht de beslissing van het Uwv om hem een IVA-uitkering toe te kennen, omdat het hem daardoor pas duidelijk is geworden dat hij een ernstige psychische stoornis – een bipolaire stoornis type II – heeft die invloed heeft gehad op het plegen van het wangedrag. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid die betrekking heeft op de inhoud van het ontslagbesluit. Uit de in het dossier aanwezige medische informatie van na het ontslagbesluit, met name het rapport van de IMG van 23 juli 2013 en de expertise van MediThemis van 15 augustus 2017, blijkt niet dat appellant ten tijde van het plegen van het wangedrag vanwege psychische klachten of een psychische aandoening geen vuurwapen mocht dragen. De Raad stelt vast dat de IMG de getuigen voorafgaand aan het uitbrengen van het rapport van 23 juli 2013 wel heeft gesproken, maar in de verklaringen van de getuigen geen reden heeft gezien om tot een andere conclusie te komen. Appellant heeft geen medische informatie, met stukken onderbouwd, kunnen verstrekken die een aanwijzing geeft voor verminderde toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het wangedrag. Ten slotte overweegt de Raad dat de overige in het dossier aanwezige medische stukken geen aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies van de IMG en MediThemis. De Raad onderschrijft verder de overwegingen van de rechtbank over de beslissing van het Uwv en de relatie met het wangedrag en neemt deze over. Ook de Raad ziet in wat appellant heeft aangevoerd, geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk is. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak daarom bevestigen.
Rechters
Advocaten
- C.C. Berends
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
