ECLI:NL:CRVB:2021:3124
Centrale Raad van Beroep · 09-12-2021 · zaaknummer 20/1297 AW
Inhoudsindicatie
Het geschil spitst zich toe op de vraag of is voldaan aan de voorwaarde van artikel 121, derde lid, aanhef en onder c, van het Bard. Met de minister en anders dan de rechtbank, is de Raad van oordeel dat de minister voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht om betrokkene te herplaatsen. Dat de arbeidsdeskundige in zijn rapport van 13 november 2018 suggesties heeft vermeld voor functierichtingen, maakt niet dat moet worden geconcludeerd dat de minister zich niet voldoende heeft ingespannen om betrokkene op een andere functie te plaatsen. Betrokkene werkte op dat moment op arbeids-therapeutische basis voor twaalf uur per week op [afdeling/onderdeel] . De eis van zorgvuldig onderzoek gaat niet zo ver dat een niet bestaande functie voor de betrokkene in het leven moet worden geroepen (ECLI:NL:CRVB:2013:2985). Verder waren de beperkingen van betrokkene dermate groot dat de mogelijkheden zeer gering waren. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep slaagt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren. Het verzoek om schadevergoeding wordt dan ook afgewezen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
