ECLI:NL:CRVB:2021:3090
Centrale Raad van Beroep · 09-12-2021 · zaaknummer 20/4291 WIA
Inhoudsindicatie
Bij aangetekende brief van 7 januari 2021 is verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen één week na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat de voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandeld zal worden. De laatste dag waarop het griffierecht ontvangen moest zijn was 14 januari 2021. Het griffierecht is op 17 januari 2021 voldaan. Hiermee kan worden vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald. Bij aangetekende brief van 23 januari 2021 is verzoekster nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, verzoekster er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden. De laatste dag waarop het griffierecht ontvangen moest zijn was 20 februari 2021. Het griffierecht is op 22 februari 2021 voldaan. Hiermee kan worden vastgesteld dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Het te laat betaalde griffierecht zal door de griffier van de Raad aan verzoekster worden terugbetaald. Ook het ten onrechte in de hoger beroepen, geregistreerd onder zaaknummers, CRvB 20/4292 en CRvB 20/4293 WIA geheven griffierecht dat op 22 februari 2021 is voldaan zal door de griffier van de Raad aan verzoekster worden terugbetaald.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
