ECLI:NL:CRVB:2021:3086
Centrale Raad van Beroep · 09-12-2021 · zaaknummer 20/1162 WAJONG
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft op het verzoek van appellant om terug te komen van het besluit van 24 februari 2011 beslist met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. De gronden van appellant in hoger beroep zijn, mede gelet op wat appellant daarover ter zitting heeft verklaard, in essentie een herhaling van de gronden in beroep. Er is geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. Het verzoek om benoeming van een deskundige wordt afgewezen. Appellant heeft ook in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de juistheid van het bestreden besluit. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen. Gelet op de in hierboven beschreven gang van zaken zijn in deze zaak twee perioden van uitstel op verzoek van appellant aan te wijzen die een langere behandelingsduur als bedoeld in 4.6 rechtvaardigen. De redelijke behandelingsduur van vier jaar dient gelet op deze twee perioden in totaal verlengd te worden met een jaar drie maanden en twee weken. De redelijke behandelingsduur komt daardoor in deze zaak op vijf jaar, drie maanden en twee weken. Van een overschrijding van deze termijn is geen sprake, zodat voor een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM geen plaats is. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
