ECLI:NL:CRVB:2021:2907
Centrale Raad van Beroep · 23-11-2021 · zaaknummer 19/4950 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Inkomsten uit handel in verdovende middelen. Het college heeft terecht de bijstand ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van zijn inkomsten uit handel in verdovende middelen, waardoor het recht op bijstand niet is vast te stellen. De beroepsgrond dat aan de hand van het wederrechtelijk verkregen voordeel, vastgesteld in het strafrechtelijk vonnis, de inkomsten uit de handel van wiet en hasjiesj en daarmee het recht op bijstand kan worden vastgesteld, slaagt niet. De bestuursrechter is niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter en de door deze vastgestelde hoogte van het wederrechtelijk genoten voordeel, te minder nu in een strafrechtelijk procedure een andere rechtsvraag voorligt en een ander procesrecht van toepassing is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
