ECLI:NL:CRVB:2021:2896
Centrale Raad van Beroep · 08-11-2021 · zaaknummer 19/2219 PW
Inhoudsindicatie
Deels onterechte intrekking en terugvordering van bijstand. Bezit van contant geld, onbekende spaarrekening, en inkomsten uit drugshandel. De bijstand over periode 1 en 3 is ten onrechte ingetrokken en teruggevorderd. Appellante kan niet worden gehouden aan de door X afgelegde verklaring dat zij en X bij aanvang van de bijstand over een groot bedrag in contanten beschikten. Het bezit van de verzwegen bankrekening stond bij aanvang van de bijstand niet in de weg aan bijstandverlening, omdat het vermogen lager was dan de vermogensgrens. De bijstand over periode 2 is terecht ingetrokken en teruggevorderd. Aannemelijk is dat X deze periode heeft gehandeld in harddrugs en daaruit inkomsten heeft ontvangen. Het recht op bijstand over die periode kan niet worden vastgesteld. Het college moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering. De Raad geeft het college in overweging om bij het nieuw te nemen besluit te betrekken wat appellante heeft aangevoerd over (gedeeltelijk) afzien van de terugvordering wegens dringende redenen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
