ECLI:NL:CRVB:2021:2863
Centrale Raad van Beroep · 05-11-2021 · zaaknummer 20/3188 WW-PV
Inhoudsindicatie
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat appellant niet heeft voldaan aan de voorwaarde neergelegd in artikel 17, eerste lid, van de WW dat hij in de 36 kalenderweken onmiddellijk voorafgaand aan de eerste dag van de werkloosheid (1 augustus 2017) in tenminste 26 kalenderweken heeft gewerkt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat artikel 17a, eerste lid, van de WW op grond van vaste rechtspraak van de Raad1 restrictief moet worden uitgelegd. Er moet sprake zijn van een situatie waarin onbetaald verlof er uitsluitend de oorzaak van is dat de werknemer niet heeft gewerkt. Appellant voldoet niet aan de referte-eis. De rechtbank heeft de gemaakte afspraken in de vaststellingsovereenkomst in het midden kunnen laten, aangezien deze afspraken niet tot een andere referteperiode leiden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
