ECLI:NL:CRVB:2021:2834
Centrale Raad van Beroep · 11-11-2021 · zaaknummer 19/3589 AOW
Inhoudsindicatie
De Svb heeft op goede gronden geweigerd voor de periode vanaf het verzoek om herziening terug te komen van de schuldig nalatig verklaring over de jaren 2000 tot en met 2003 en de hieruit voortvloeiende korting op het ouderdomspensioen van appellant. Zoals opgemerkt in 4.6 vloeit hieruit voort dat het besluit van de Svb betreffende de periode voorafgaand aan het verzoek om herziening eveneens de rechterlijke toetsing kan doorstaan. De Raad constateert dat het feit dat de Svb is teruggekomen van de schuldig nalatig verklaring van appellant over 2004 is gebaseerd op één rechterlijke uitspraak, en dat de Svb het ouderdomspensioen van appellant heeft verhoogd met terugwerkende kracht tot die uitspraak. Dit levert een terugwerkende kracht op van meer dan een jaar zonder dat de Svb heeft onderzocht of het in het geval van appellant van hardheid zou getuigen in de zin van de Beleidsregel SB1072 om te volstaan met een terugwerkende kracht van een jaar. Aldus heeft de Svb appellant niet tekort gedaan. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Het beroep tegen het besluit van 26 juli 2019 dient ongegrond te worden verklaard.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
