ECLI:NL:CRVB:2021:282
Centrale Raad van Beroep · 11-02-2021 · zaaknummer 19/4866 AW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn bezwaar tegen de conceptbeoordeling ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Dit betoog slaagt niet. Wat betreft de aard van de aanstelling heeft appellant het standpunt ingenomen dat de hem per 1 mei 2017 aangeboden aanstelling er een in vaste dienst was en dat het al dan niet verlengen van de aanstelling daarom niet aan de orde is. Dit betoog slaagt niet. Appellant heeft tegen het aanstellingsbesluit geen bezwaar gemaakt waardoor dit besluit en daarmee de tijdelijke duur van de aanstelling in rechte is komen vast te staan. Het aanstellingsbesluit is voor de rechtspositie van appellant bepalend. De vacaturetekst, noch de beweerde uitlating van de leidinggevende kunnen leiden tot een geslaagd beroep op het op het vertrouwensbeginsel. Tot slot heeft appellant aangevoerd dat het college vanwege het aandeel van C in het conflict met appellant, de uitval wegens ziekte van appellant en het gebrek aan begeleiding vanuit de gemeente tot een andere afweging had moeten komen. De Raad volgt appellant hierin niet. Het hoger beroep moet ongegrond worden verklaard en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
