ECLI:NL:CRVB:2021:2341
Centrale Raad van Beroep · 16-09-2021 · zaaknummer 19/2076 WLZ
Inhoudsindicatie
Het betoog dat CIZ in 2015 ten onrechte een nieuwe indicatie heeft afgegeven, slaagt niet. Nog daargelaten de omstandigheid dat in dit hoger beroep een uitspraak over de beslissing op bezwaar tegen een vaststellingsbesluit van het zorgkantoor in geschil is, hebben appellanten hiermee niet te kennen gegeven waarom de aangevallen uitspraak onjuist is. Appellanten hebben eerst ter zitting betoogd dat zij bezwaar hebben gemaakt tegen het verleningsbesluit van 31 augustus 2016 en dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat dit besluit formele rechtskracht heeft gekregen. De Raad volgt dit betoog niet. Voor zover appellanten hun stellingen over het in beroep ingediende verzoek om schadevergoeding hebben herhaald, wordt gewezen op de bespreking daarvan in de aangevallen uitspraak. De rechtbank heeft gemotiveerd waarom deze gronden niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft in hoofdlijnen de overwegingen die tot het oordeel in de aangevallen uitspraak hebben geleid dat dit verzoek wordt afgewezen. Daaraan wordt, naar aanleiding van de nadere stukken, toegevoegd dat appellanten ook met deze stukken niet aannemelijk hebben gemaakt dat de gestelde schade is geleden als gevolg van het bestreden besluit. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
