ECLI:NL:CRVB:2021:2310
Centrale Raad van Beroep · 10-09-2021 · zaaknummer 19/575 AW-V
Inhoudsindicatie
Uit de wet (artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb) blijkt dat tegen een beslissing op een verzoek om wraking geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat er ook geen herziening kan worden gevraagd. De gronden die appellante aanvoert zijn met name gericht tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek. Het systeem van de wet biedt hiervoor geen ruimte. Uit de toelichting van de wetgever blijkt dat de onpartijdigheid van de rechter eventueel in een volgende instantie ter discussie kan worden gesteld, maar dat de beslissing als zodanig niet apart kan worden aangevochten. De redenen die appellante aanvoert leiden niet tot het oordeel dat de Raad wel bevoegd zou zijn om kennis te nemen van het herzieningsverzoek. Dat de belangen aan de kant van appellante groot zijn en dat zij zich niet kan vinden in de afwijzing van het wrakingsverzoek, maakt dit niet anders. Gelet hierop is er evenmin reden om prejudiciële vragen aan het HvJEU te stellen. Het oordeel van de Raad in de uitspraak van 7 mei 2021 blijft dus in stand. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
