ECLI:NL:CRVB:2021:2285
Centrale Raad van Beroep · 07-09-2021 · zaaknummer 20/2837 PW
Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering van bijstand. Op geld waardeerbare werkzaamheden. Het college kon de op grond van artikel 53a van de PW bestaande onderzoeksbevoegdheid uitoefenen zonder dat daarvoor een voorafgaand en redengevend feit, signaal of vermoeden was vereist. De Raad ziet daarom geen aanleiding om niet uit te gaan van de juistheid van het gespreksverslag. Ook de stelling dat appellante is ontheven van de arbeidsverplichtingen en om die reden geen werkzaamheden kan verrichten, vormt geen aanleiding de door haar afgelegde verklaringen voor onjuist te houden. De intentie waarmee activiteiten worden verricht zijn bij het antwoord op de vraag of op geld waardeerbare werkzaamheden worden verricht niet van betekenis.
Rechters
Advocaten
- W.H. van Zundert
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
