ECLI:NL:CRVB:2021:2275
Centrale Raad van Beroep · 09-09-2021 · zaaknummer 20/2134 WIA
Inhoudsindicatie
WIA-uitkering terecht herzien en teruggevorderd. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat door het Uwv aannemelijk is gemaakt dat appellante haarproducten heeft verkocht en hiermee een inkomen heeft verdiend. De door appellante verrichte werkzaamheden dienen, gelet op de aard en de omvang ervan, te worden aangemerkt als werkzaamheden die op geld waardeerbaar zijn en waarmee geldelijk voordeel werd beoogd of volgens de in het maatschappelijk verkeer geldende normen redelijkerwijs kon worden verwacht. De door appellante verrichte activiteiten hadden het stadium van een hobby gepasseerd. Geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Omdat appellante van de schending van haar inlichtingenplicht een verwijt kan worden gemaakt was het Uwv volgens de rechtbank gehouden appellante een boete op te leggen.
Rechters
Advocaten
- J. Demeris
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
