ECLI:NL:CRVB:2021:2227
Centrale Raad van Beroep · 02-09-2021 · zaaknummer 20/1157 AW
Inhoudsindicatie
De korpschef heeft de uitkering naar aanleiding van het dienstongeval van 13 januari 2013 terecht in mindering heeft gebracht op de maximale tegemoetkoming waarop betrokkene aanspraak maakt in verband met de beroepsziekte PTSS. De korpschef heeft aangevoerd dat de rechtbank de eerder toegekende vergoeding voor het dienstongeval ten onrechte heeft aangemerkt als een vergoeding voor materiële schade. Deze beroepsgrond slaagt. De uitkering die betrokkene heeft ontvangen naar aanleiding van het dienstongeval van 13 januari 2013 is gebaseerd op artikel 54a van het Barp, waarvoor de korpschef destijds was verzekerd via een ongevallenverzekering. Dat in de Rsdp, maar ook in de Rvbp, arbeidsongeschiktheid is opgenomen als een criterium op basis waarvan de hoogte van de uitkering kan worden bepaald, maakt niet dat de uitkering om die reden niet is aan te merken als een vergoeding van immateriële schade. Verder heeft de korpschef aangevoerd dat de smartengelduitkering op grond van artikel 54a van het Barp een maximumbedrag is en er geen sprake kan zijn van een invaliditeit van meer dan 100%. De eerder toegekende smartengelduitkering voor het dienstongeval van 13 januari 2013 moet daarom worden verrekend met de smartengelduitkering voor de beroepsziekte PTSS. Deze beroepsgrond slaagt eveneens.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
