ECLI:NL:CRVB:2021:2201
Centrale Raad van Beroep · 31-08-2021 · zaaknummer 20/3996 AW
Inhoudsindicatie
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank in de aangevallen uitspraak dat de vaststellingsovereenkomst ook zonder de handtekening van appellant als rechtsgeldig moet worden aangemerkt en neemt de overwegingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd over. Appellant stelt dat hij geen verzoek tot ontslag heeft ingediend, omdat de vaststellingsovereenkomst door hem niet is ondertekend. Dit betoog slaagt niet. Voorts stelt appellant dat, indien wel een vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen, deze ongeldig is, omdat het salaris van mei 2018 en de advocaatkosten te laat zijn uitbetaald. Ook dit betoog slaagt niet. In de vaststellingsovereenkomst zijn hiervoor immers geen termijnen vermeld. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
