ECLI:NL:CRVB:2021:2185
Centrale Raad van Beroep · 26-08-2021 · zaaknummer 19/5290 WIA
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de FML van 30 mei 2018. De overwegingen van de rechtbank die tot dit oordeel hebben geleid, worden onderschreven. Benadrukt wordt dat de verzekeringsarts op de hoogte was van de bij appellante bestaande klachten. Omdat de daarvoor noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling door het Uwv ontbreekt, wordt geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat appellante op grond van de FML van 30 mei 2018 in staat moet worden geacht om de geselecteerde functies te vervullen. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Bij deze uitkomst wordt het verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van schade in de vorm van de wettelijke rente afgewezen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
