ECLI:NL:CRVB:2021:2184
Centrale Raad van Beroep · 26-08-2021 · zaaknummer 19/2652 ZW
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen zoals onder 2 weergegeven. De verwijzing door appellant naar het Schattingsbesluit treft geen doel. In geschil is of appellant terecht geschikt is geacht voor het verrichten van zijn arbeid, zijnde ten minste één van de bij de EZWb geselecteerde functies. Aan een theoretische schatting op grond van de regels van het Schattingsbesluit wordt niet toegekomen. Dit neemt niet weg dat ook aan een besluit in de zin van artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW een zorgvuldige medische beoordeling ten grondslag moet liggen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat hieraan is voldaan. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aan de zorgvuldigheidseisen heeft voldaan. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, geeft ook geen aanleiding om te oordelen dat de verzekeringsartsen de ernst van zijn medische situatie hebben onderschat. Er zijn daarom geen aanknopingspunten om te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsartsen dat appellant op de datum in geding geschikt was voor ten minste één van de bij de EZWb geselecteerde functies. De overwegingen leiden tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- E. Prins
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
