ECLI:NL:CRVB:2021:2145
Centrale Raad van Beroep · 26-08-2021 · zaaknummer 21/480 AW
Inhoudsindicatie
De Raad stelt vast dat appellant in hoger beroep in essentie de door hem in beroep aangevoerde gronden heeft herhaald. De rechtbank heeft deze gronden in de aangevallen uitspraak in voldoende mate aan de orde gesteld en gemotiveerd verworpen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Appellant heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat hij de bewuste beoordeling heeft ontvangen van de politie. De korpschef heeft hiermee aannemelijk gemaakt dat appellant een valselijk opgemaakte beoordeling heeft overgelegd. Nu verder niet in geschil tussen partijen is dat appellant de beoordeling heeft overgelegd met als doel daardoor te worden bevorderd, heeft appellant aldus gedaan wat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten, zodat van plichtsverzuim sprake is. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend. De korpschef was dan ook bevoegd om appellant een disciplinaire straf op te leggen. De disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag is, gezien de ernst en aard van de gedragingen, de betekenis hiervan voor het functioneren van appellant binnen de organisatie en de terecht door de korpschef gestelde eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid aan ambtenaren, niet onevenredig aan het gepleegde plichtsverzuim. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
