ECLI:NL:CRVB:2021:2106
Centrale Raad van Beroep · 18-08-2021 · zaaknummer 19/4413 WSF
Inhoudsindicatie
Aanvraag om studiefinanciering van appellant, met de Belgische nationaliteit, terecht afgewezen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat niet in geschil is dat appellant zowel bij aanvang van zijn opleiding als ten tijde van zijn aanvraag om studiefinanciering geen arbeidsovereenkomst had in Nederland. Reeds om die reden volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat appellant niet kan worden aangemerkt als migrerend werknemer. Dat appellant vanwege zijn ziekte niet kon werken, maakt dit niet anders. Uit de (nadere) informatie over de zomerkampen in Nederland die hij regelmatig – onbezoldigd – mede heeft georganiseerd en telkens gedurende enkele weken per jaar heeft begeleid, blijkt niet van een zodanige band met Nederland, dat die toereikend is om te leiden tot het oordeel dat de minister (alsnog) zou moeten afwijken van het vereiste van de minimale verblijfsduur van vijf jaar, dat is gebaseerd op vaste rechtspraak van de Raad en een daaraan ten grondslag liggend oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
