ECLI:NL:CRVB:2021:1983
Centrale Raad van Beroep · 15-07-2021 · zaaknummer 19/3299 WW
Inhoudsindicatie
Het Uwv heeft terecht op grond van artikel 23, eerste lid, van de WW de uitkering van betrokkene met ingang van 1 september 2018 ingetrokken. Het verzoek tot ontbinding wordt toegewezen omdat van [BV] in redelijkheid niet kan worden gevergd het dienstverband te laten voortduren na de geconstateerde serieuze overtreding van het Depotreglement zo kort na een ernstige waarschuwing. Alle feiten en omstandigheden van het geval wegende en in onderlinge samenhang beziend, komt de Raad tot het oordeel dat aan de werkloosheid van betrokkene een dringende reden in de zin van artikel 7:678 van het BW ten grondslag ligt en dat hem ter zake een verwijt kan worden gemaakt. Het Uwv heeft zich bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat de aard en de ernst van de gedraging zwaarder wegen dan de (financiële) gevolgen van het ontslag en de lengte van het dienstverband.
Advocaten
- D. van Dam
- M. Sluijs
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
