ECLI:NL:CRVB:2021:189
Centrale Raad van Beroep · 27-01-2021 · zaaknummer 19/3332 ZW
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het Uwv aannemelijk heeft gemaakt dat in dit geval geen sprake is geweest van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellant en [werkgever B.V.]. Van de door appellant gestelde psychische problemen, stress en ‘ruis’ tijdens zijn verhoor op 14 december 2017 is niet gebleken. De verklaring van appellant komt niet overeen met de getuigenverklaringen en de overige gedingstukken. Met de hiervoor vermelde verklaringen en de overige vermelde gedingstukken, in onderlinge samenhang bezien, heeft het Uwv aannemelijk gemaakt dat appellant de door hem gestelde werkzaamheden niet heeft verricht. De Raad ziet geen noodzaak de medewerkers nader als getuige te horen, zodat het door appellant gedane verzoek om de getuigen op te roepen wordt afgewezen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de medewerkers al uitgebreid hebben verklaard tegenover de opsporingsambtenaren, dat de verklaringen worden ondersteund door de overige stukken in het dossier en dat het standpunt van het Uwv niet alleen op deze getuigenissen is gebaseerd. Het Uwv heeft met juistheid geconcludeerd dat appellant in de periode voorafgaand aan zijn ziekmelding niet werkzaam was in een dienstbetrekking en dus niet verzekerd was voor de ZW en de Wet WIA. Het Uwv was daarmee gehouden de onverschuldigd betaalde ZW-uitkering van appellant terug te vorderen.
Advocaten
- B.M. Voogt
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
