ECLI:NL:CRVB:2021:1867
Centrale Raad van Beroep · 27-07-2021 · zaaknummer 18/2792 PW
Inhoudsindicatie
Aanvraag om bijstand ten onrechte afgewezen. Kasstortingen en de bijschrijvingen op bankrekeningen ruim voor te beoordelen periode zijn niet van betekenis voor beoordeling bijstandbehoevendheid. Uit de overgelegde bankafschriften is af te leiden dat de kasstorting van € 650,- op 4 november 2016 afkomstig is van A die op 4 november 2016 € 650,- heeft overgemaakt op de zakelijke rekening van appellant. Appellant heeft dit geldbedrag op dezelfde dag opgenomen en gestort op zijn privérekening. Uit de bankafschriften valt niet te herleiden dat de bedragen van de overige vier kasstortingen (door)stortingen betreffen. De enkele omstandigheid dat appellant geen verifieerbare duidelijkheid heeft gegeven over deze kasstortingen die ruim vóór de te beoordelen periode hebben plaatsgevonden (lees: waarvan twee stortingen ca. twee maanden daarvoor), is niet van betekenis voor de beoordeling op welke wijze appellant in zijn levensonderhoud heeft voorzien voorafgaand aan de aanvraag en voor zijn bijstandbehoevendheid in de te beoordelen periode.
Rechters
Advocaten
- W.H. van Zundert
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
