ECLI:NL:CRVB:2021:1859
Centrale Raad van Beroep · 26-07-2021 · zaaknummer 19/4491 PW
Inhoudsindicatie
Weigering dwangsom voor niet tijdig beslissen op aanvraag bijzondere bijstand voor eigen bijdrage rechtsbijstand. Er is sprake van een aanvullende aanvraag, waarop tijdig is beslist. Uit het kenmerk, het onderwerp en de inhoud van de brief van 11 april 2018 volgt dat namens appellant is beoogd om de aanvraag van 12 februari 2018 voor bijzondere bijstand in de kosten van een eigen bijdrage rechtsbijstand aan te vullen. Bij een wijziging van een LAT naar een reguliere toevoeging blijft sprake van één aanvraag. Dat is alleen anders als al is beslist op de oorspronkelijke aanvraag voordat die aanvraag is aangevuld. Van een dergelijke situatie is hier geen sprake: op de aanvraag van 12 februari 2018, aangevuld op 11 april 2018 is op 19 april 2018 beslist. Dat het besluit van 19 april 2018 onjuist was, omdat € 77,- in plaats van € 143,- aan bijzondere bijstand is toegekend, maakt dit niet anders. Er is tijdig beslist en appellant had tegen dit besluit bezwaar kunnen maken. Het college heeft terecht besloten dat hij aan appellant geen dwangsom verschuldigd is.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
