ECLI:NL:CRVB:2021:1833
Centrale Raad van Beroep · 22-07-2021 · zaaknummer 20/172 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn voor een groot deel een herhaling van wat hij in beroep naar voren heeft gebracht. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen als de door deze deskundige gegeven motivering hem overtuigend voorkomt en dat deze situatie zich hier voordoet. Het uitgebrachte deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen, worden onderschreven. De Boer heeft zich in zijn rapport van 24 september 2019 afgevraagd waarom bepaalde eerder opgenomen beperkingen voor onder andere vasthouden en verdelen van aandacht nu niet meer worden aangenomen. De deskundige heeft gemotiveerd toegelicht dat appellant geen psychische problemen heeft en met hem een gesprek mogelijk is in het kader van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek, om deze reden zijn volgens de deskundige meer beperkingen voor bijvoorbeeld vasthouden en verdelen van de aandacht niet aan de orde. Omdat de periode waarin appellant niet slaapt overeenkomt met de uren dat een gemiddelde volwassene ook wakker is valt niet in te zien dat een grotere urenbeperking dan het Uwv heeft aangenomen (van 30 uur per week) aan de orde zou zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 5 mei 2017 toegelicht dat een aantal eerdere beperkingen (waaronder de urenbeperking van 20 uur per week) niet meer medisch objectiveerbaar zijn, onder meer omdat de diagnose postcommotioneel syndroom niet meer wordt aangenomen. De stelling van de Boer dat de deskundige daarbij voorbijgaat aan de door appellant gemelde noodzaak van het nemen van rustpauzes en de beperkte inzet in energetisch belastende activiteiten, miskent dat de subjectieve klachten zoals appellant die ervaart bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling als deze niet als uitgangspunt kunnen worden genomen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, voor zover aangevochten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
