ECLI:NL:CRVB:2021:1640
Centrale Raad van Beroep · 08-07-2021 · zaaknummer 18/4924 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellant in de hoger beroepen heeft aangevoerd, is in essentie een herhaling van de gronden die hij al in beroep naar voren heeft gebracht. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraken terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de verzekeringsgeneeskundige onderzoeken en op grond van die onderzoeken vastgestelde belastbaarheid van appellant, zoals neergelegd in de FML van 2 maart 2017 respectievelijk 22 augustus 2018. De door appellant in hoger beroep overgelegde informatie van de huisarts van 17 mei 2021 ziet op een periode ruim na de data hier in geding. Omdat geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling door de verzekeringsartsen wordt geen aanleiding gezien voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar in de aangevallen uitspraken neergelegde oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van de arbeidsongeschiktheidspercentages ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Uit de overwegingen volgt dat de hoger beroepen niet slagen. De aangevallen uitspraken zullen worden bevestigd.
Rechters
Advocaten
- E.G. Gosselink
- Mr. P.A.J. van Putten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
