ECLI:NL:CRVB:2021:1576
Centrale Raad van Beroep · 06-05-2021 · zaaknummer 19/2173 AKW
Inhoudsindicatie
Anders dan de rechtbank en de Svb is de Raad van oordeel dat artikel 14, derde lid, van de AKW niet rechtstreeks van toepassing is op een verzoek om terug te komen van een rechtens onaantastbaar geworden besluit. De Svb heeft zich dan ook ten onrechte niet bevoegd geacht om de aanspraak van appellante over het vierde kwartaal van 2015 opnieuw inhoudelijk te beoordelen. De Svb heeft ten onrechte gesteld dat de toekenning van een verblijfsrecht aan appellante geen nieuw feit is in de zin van artikel 4:6, eerste lid, van de Awb. Naar het oordeel van de Raad moet in dit geval de verlening van een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM wel degelijk worden aangemerkt als een nieuw feit. Dat er in dit geval sprake is van een nieuw feit, brengt met zich mee dat de door de Svb genoemde beleidsregel SB1076 in dit geval niet van toepassing is. Geconstateerd moet worden dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke motivering berust. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit moeten dan ook worden vernietigd. Aan de Svb zal worden opgedragen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. De Raad zal met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb bepalen dat tegen het door de Svb te nemen nieuwe besluit alleen bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Er is aanleiding de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante.
Advocaten
- H.M. de Roo
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
