ECLI:NL:CRVB:2021:1545
Centrale Raad van Beroep · 22-06-2021 · zaaknummer 19/2552 PW
Inhoudsindicatie
Uitspraak na judiciële lus. Intrekken bijstand. Gevraagde bankafschriften niet overgelegd. Risico. Schadevergoeding. Overschrijding redelijke termijn. Aan de intrekking van bijstand met toepassing van artikel 54, derde lid, van de PW ligt ten grondslag dat appellant de door het college gevraagde bankafschriften niet heeft ingeleverd waardoor het recht op bijstand niet is vast te stellen. Ook in hoger beroep heeft appellant de gevraagde stukken niet overgelegd. Dit klemt te meer nu de Raad appellant meermalen in de gelegenheid heeft gesteld die bankafschriften over te leggen. Appellant heeft ook van die gelegenheden geen gebruik gemaakt. Appellant had tot in hoger beroep de gelegenheid de alsnog ontbrekende afschriften in te leveren. Dat appellant thans niet meer in staat is de gevraagde bankafschriften over te leggen, dient daarom voor zijn rekening en risico te komen. Appellant heeft daarom de op hem rustende inlichtingenverplichting geschonden, zodat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. De redelijke termijn is met een jaar en een maand geschonden door het college en de Raad. Het verzoek om schadevergoeding wordt toegewezen tot een bedrag van € 1.500,- .
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
