ECLI:NL:CRVB:2021:1341
Centrale Raad van Beroep · 04-05-2021 · zaaknummer 18/1087 JW
Inhoudsindicatie
Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 11 januari 2018, 17/114 en 17/116. Verzoekers en het college hebben overeenstemming bereikt over wat hen verdeeld houdt en daartoe een schikking getroffen. Verzoekers hebben de Raad verzocht om uitspraak te doen op het verzoek om schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is in beide zaken met één jaar en bijna drie maanden overschreden. Van het totale tijdsverloop heeft de behandeling van de bezwaarschriften bijna tien maanden geduurd. Dit betekent dat in de bestuurlijke fase de redelijke termijn met afgerond vier maanden is overschreden. Verder is de redelijke termijn in de rechtelijke fase overschreden, nu deze meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. Voor de berekening van het bedrag aan schadevergoeding dat voor rekening van het college onderscheidenlijk van de Staat komt, wordt de methode gevolgd die uiteengezet is in het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252. Aanleiding bestaat om het college en de Staat te veroordelen in de proceskosten van verzoekers die zij in verband met het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft moeten maken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
