ECLI:NL:CRVB:2021:1256
Centrale Raad van Beroep · 19-05-2021 · zaaknummer 20/644 WSF
Inhoudsindicatie
Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de minister met de bevindingen van het huisbezoek en het buurtonderzoek aannemelijk heeft gemaakt dat appellante ten tijde van het huisbezoek niet woonde op het brp-adres. Uit het rapport van de controleurs valt af te leiden dat tijdens het huisbezoek in de woning op het brp-adres geen spullen zijn aangetroffen die naar appellante te herleiden zijn. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd, met enige verbetering van de gronden waarop deze rust. De rechtbank heeft het door appellante geleverde tegenbewijs namelijk ten onrechte beoordeeld als bewijs ter weerlegging van het wettelijk vermoeden in plaats van als bewijs van wonen op het brp-adres op de datum van het huisbezoek.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
