ECLI:NL:CRVB:2021:115
Centrale Raad van Beroep · 14-01-2021 · zaaknummer 19/539 AOW
Inhoudsindicatie
De Svb heeft appellante terecht niet verzekerd geacht voor de AOW van 16 maart 1999 tot en met 13 augustus 2017. De stelling van appellante dat de uitzondering in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a, van het BUB een aanvulling vormt op artikel XXVII, eerste lid, van de ICTY-Zetelovereenkomst, wordt verworpen. Met betrekking tot deze periode stelt de Svb dat appellante werkzaam was bij een volkenrechtelijke organisatie. De door appellante ingezonden bewijsstukken over haar werkzaamheden als freelancer in deze periode zijn onvoldoende om verzekering vast te stellen vanaf 16 maart 1999.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
