ECLI:NL:CRVB:2021:113
Centrale Raad van Beroep · 20-01-2021 · zaaknummer 20/1258 PW
Inhoudsindicatie
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 24 juli 2019 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 18 februari 2020 bij de Rechtbank digitaal ontvangen en op 31 maart 2020 bij de Raad binnengekomen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Bij brief van 28 augustus 2020 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft daarop niet geantwoord. Ten aanzien van beide hiervoor genoemde onderwerpen kan op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
