ECLI:NL:CRVB:2021:1047
Centrale Raad van Beroep · 21-04-2021 · zaaknummer 19/4074 WAO
Inhoudsindicatie
Uitgangspunt is dat een verzoek om herziening van een uitspraak waarmee is beslist op een eerder herzieningsverzoek wordt aangemerkt als een verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak. Er is geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Dat betekent dat het verzoek om herziening wordt aangemerkt als een verzoek om herziening van uitspraak 1. De zaak van verzoeker heeft geen betrekking op een uitspraak over een bestuurlijke boete. Het verzoek om herziening van 3 september 2019 is uitsluitend gesteld dat verzoeker invalide is en medische behandeling ondergaat. Afgezien van het feit dat dit geen feiten of omstandigheden zijn als hiervoor bedoeld, is het verzoek om herziening meer dan een jaar na de datum van de oorspronkelijke uitspraak van 4 november 2016 (uitspraak 1) ingediend. Daarom moet worden geoordeeld dat het verzoek om herziening onredelijk laat is ingediend. Gelet hierop moet het voorliggende herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
