ECLI:NL:CRVB:2021:1041
Centrale Raad van Beroep · 06-05-2021 · zaaknummer 18/3279 WIA-S
Inhoudsindicatie
In deze zaak is niet in geschil dat het Uwv aansprakelijk is voor de schade die verzoekster als werkgeefster als gevolg van het – naar nu vaststaat: onrechtmatige – besluit van 12 januari 2017 heeft geleden, omdat zij op grond van dat besluit gedurende de periode van de loonsanctie, onder voortzetting van de arbeidsovereenkomst met werkneemster, haar betalingsverplichtingen jegens haar heeft moeten voortzetten. Verzoekster heeft verzocht om een schadevergoeding van € 22.274,06, te vermeerderen met de wettelijke rente. Het Uwv heeft noch deze schadevergoeding, noch de verschuldigdheid van de wettelijke rente over dit bedrag, betwist. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van verzoekster in deze schadeprocedure.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
