ECLI:NL:CRVB:2021:1034
Centrale Raad van Beroep · 29-04-2021 · zaaknummer 18/4292 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is in essentie een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Er is geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellante afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat in dit geval op appellante een extra adstructieplicht rust ter zake van de exacte ingangsdatum van haar arbeidsongeschiktheid, dat het Uwv een zorgvuldig (medisch) onderzoek heeft ingesteld en dat het Uwv op goede gronden de eerste arbeidsongeschiktheidsdag heeft vastgesteld op 31 maart 2015. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden geheel onderschreven. Wat betreft de door appellante in hoger beroep overgelegde medische informatie wordt overwogen dat appellante deze grotendeels eerder in de procedure heeft overgelegd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat deze informatie onvoldoende aanknopingspunten biedt voor het standpunt van appellante dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op een eerder tijdstip moet worden vastgesteld dan op 31 maart 2015. Hetzelfde geldt voor de informatie die appellante in hoger beroep heeft overgelegd. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
