ECLI:NL:CRVB:2020:959
Centrale Raad van Beroep · 16-04-2020 · zaaknummer 17/4020 WAJONG
Inhoudsindicatie
Vast staat dat appellant onder de doelgroep van het genoemde overgangsbeleid valt. De Raad volgt appellant dan ook in zijn betoog dat de rechtbank ten onrechte het beoordelingskader van hoofdstuk 1A van de Wajong van toepassing heeft geacht. Beoordeeld moet worden of het Uwv zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat appellant per 27 februari 2015 (datum in geding) niet als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van artikel 2:4 van de Wajong 2010 dient te worden aangemerkt. Het oordeel van de rechtbank, dat het Uwv terecht heeft geweigerd om appellant een Wajong-uitkering toe te kennen, wordt niet onderschreven. De door appellant overlegde (medische) stukken bieden voldoende aanknopingspunten om te concluderen dat in het geval van appellant sprake is van een situatie van het blijvend ontbreken van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. De redelijke termijn is met een jaar en vijf maanden in de rechterlijke fase overschreden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
