ECLI:NL:CRVB:2020:839
Centrale Raad van Beroep · 01-04-2020 · zaaknummer 18/803 WAO
Inhoudsindicatie
Gronden in hoger beroep aangevoerd zijn in essentie een herhaling van wat in beroep is aangevoerd. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsartsen. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen, worden onderschreven. Ook in hoger beroep heeft appellant niet met medische stukken onderbouwd waarom hij ten gevolge van zijn psychische problematiek en lichamelijke klachten meer of anders beperkt is dan is opgenomen in de FML van 3 januari 2017. De verzekeringsartsen hebben op inhoudelijk overtuigende wijze gemotiveerd dat met de voor appellant vastgestelde belastbaarheid afdoende rekening is gehouden met zijn psychische en lichamelijke beperkingen. Geen aanleiding voor twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid, daarom geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen zoals appellant heeft verzocht. Uitgaande van de juistheid van de FML, zijn de in beroep aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt voor appellant.
Rechters
Advocaten
- B. Arabaci
- P.J. Reith
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
