ECLI:NL:CRVB:2020:838
Centrale Raad van Beroep · 01-04-2020 · zaaknummer 17/2249 ZW
Inhoudsindicatie
Aangevallen uitspraak 1. Appellante was arbeidsgeschikt voor haar laatst verrichte arbeid vanaf 28 juli 2014. Met het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 6 juni 2016 acht de Raad bestreden besluit 1 onvoldoende gemotiveerd. Het Uwv heeft het verzoek van appellante ten onrechte afgedaan onder (analoge) toepassing van artikel 4:6 van de Awb wegens het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden. Gelet op de thans voorhanden zijnde gegevens moet het ervoor worden gehouden dat appellante op en na 28 juli 2014 niet arbeidsgeschikt was voor de maatgevende arbeid van interieurverzorgster voor 15,23 uur per week. De Raad ziet geen mogelijkheid om zelf in deze zaak te voorzien. Ter zitting is geen duidelijkheid verkregen over hoe het Uwv met de voorliggende situatie zou omgaan. Dit brengt mee dat het Uwv zal worden opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 3 december 2015 te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Aangevallen uitspraak 2. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het onderzoek dat in het kader van de EZWb is verricht naar de beperkingen van appellante op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Niet gebleken is dat appellante meer of zwaarder beperkt is dan is vastgelegd in de FML. Appellante is niet geschikt geacht voor haar eigen werk, maar wel voor andere functies. De rechtbank wordt ook gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan EZWb ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Dit leidt tot de conclusie dat het Uwv op goede gronden de ZW-uitkering per 7 februari 2016 heeft beëindigd. De rechtbank wordt ook gevolgd in het oordeel dat de ZW-uitkering van appellante terecht per 6 april 2016 is beëindigd. Aangevallen uitspraak 3. De rechtbank heeft op grond van de door haar gegeven motivering terecht geoordeeld dat appellante terecht per 30 juni 2016 geschikt is geacht voor tenminste één van de in het kader van de EZWb geselecteerde functies. Juist oordeel rechtbank zorgvuldig medisch onderzoek. Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden of nieuwe medische stukken ingediend die tot een ander oordeel leiden. Proceskostenveroordeling Uwv.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
