ECLI:NL:CRVB:2020:799
Centrale Raad van Beroep · 26-03-2020 · zaaknummer 18/536 WIA
Inhoudsindicatie
Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is een herhaling van de gronden die hij bij de rechtbank heeft ingediend en vormt geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. De gronden waarop het oordeel van de rechtbank berust worden onderschreven. Juist oordeel rechtbank dat aan arbeidskundige beoordeling niet meer wordt toegekomen. Verwijzing naar vaste rechtspraak. Wat betreft de afwijzing van de aanvraag om een WIA-uitkering per 5 december 2014, wordt in wat appellant in hoger beroep heeft gesteld geen aanleiding gezien af te wijken van het in vaste rechtspraak besloten liggende uitgangspunt dat het oordeel van de onafhankelijk door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel wordt gevolgd indien de door deze deskundige gebezigde motivering overtuigend overkomt. Geen sprake van bijzondere omstandigheden. De geselecteerde functies zijn geschikt zijn voor appellant. Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat onverschuldigd voorschotten zijn betaald die terecht zijn teruggevorderd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
