ECLI:NL:CRVB:2020:791
Centrale Raad van Beroep · 26-03-2020 · zaaknummer 18/6533 AW
Inhoudsindicatie
Met de vergoeding van de wettelijke rente over het nabetaalde salaris, waartoe de minister al is overgegaan, wordt alle schade, ontstaan door de vertraging in de voldoening van een geldsom, geacht te zijn voldaan. Gelet hierop komt de door appellant opgevoerde schade niet voor vergoeding door de minister in aanmerking. De Raad is van oordeel dat appellant over de periode, het ontslag weggedacht, weliswaar in dienst was van (destijds) het ministerie van Veiligheid en Justitie, maar hij heeft zijn functie in die periode niet vervuld, zodat hij daarover geen vakantieverlof heeft opgebouwd. Appellant heeft dan ook geen aanspraak op uitbetaling van opgebouwd en niet opgenomen vakantieverlof.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
